Dierproeven in België 2010

De dienst Dierenwelzijn van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu heeft zoals elk jaar de statistische gegevens verzameld over het proefdiergebruik in de 397 laboratoria die in België erkend zijn voor het uitvoeren van dierproeven.

In 2010 werden 700.708 dieren gebruikt, een daling met 5,5 % ten opzichte van 2009, toen er 741.989 dieren gebruikt werden. 23% van de erkende labo’s voerde in 2010 geen dierproeven uit. De meerderheid van de proefdieren blijven muizen en ratten. Bijna 2 op 3 proefdieren wordt gebruikt in het kader van de ontwikkeling en controle van geneesmiddelen. Daarna volgt het fundamenteel onderzoek dat hoofdzakelijk aan de universiteiten gevoerd wordt. De meest gebruikte diersoorten blijven muizen en ratten, samen goed voor 81% van alle proefdieren. Konijnen (9%) worden vooral gebruikt om specifieke antistoffen aan te maken voor de behandeling van kanker of bij genetische aandoeningen.

In 2010 werden meer katten in dierproeven gebruikt (349) in vergelijking met het voorgaande jaar (56) Deze toename is voornamelijk toe te schrijven aan een onderzoeksproject rond vroegtijdige sterilisatie van katten. Bedoeling van dit project is het aantal katten dat jaarlijks in asielen terecht komt drastisch te verminderen. De katten in het onderzoek worden op jonge leeftijd gesteriliseerd, geadopteerd en nadien bij de nieuwe eigenaars thuis opgevolgd.

Hoewel slechts 0,003% van de proefdieren primaten zijn, blijft het gebruik ervan ook in 2010 nodig voor de kwaliteitscontrole van vaccins en voor de studie van de bouw en functie van de hersenen.

De laatste jaren worden meer en meer vissen en vislarven gebruikt. Zij worden enerzijds in de zogenaamde verplichte toxiciteitsproeven ingezet, die de schadelijkheid van stoffen voor het milieu onderzoeken en anderzijds blijken sommige soorten zoals doorzichtige zebravisjes ook zeer nuttig in het fundamenteel biologisch onderzoek.

De bescherming van proefdieren gebeurt op Europees niveau: een recent aangenomen Europese Richtlijn die bepaalt dat voor elke proef onder meer het aantal en de soort gebruikte proefdieren grondig gemotiveerd moet worden, wordt momenteel in de 27 lidstaten in de nationale wetgeving omgezet. De Belgische wetgeving is grotendeels conform aan de nieuwe richtlijn waarbij elke dierproef moet worden voorgelegd aan een ethische commissie waarin naast onderzoekers ook de toezichthoudende dierenarts of dierenwelzijnsdeskundige en minstens twee buitenstaanders zetelen. Dit systeem van ethische commissies is overgenomen in de Europese wetgeving en zal vanaf 2013 in alle EU-lidstaten toegepast moeten worden..

Verleden jaar werd een haalbaarheidsstudie verricht over de structuur en activiteiten van een Belgisch Centrum voor Alternatieve Methodes voor dierproeven. De dienst Dierenwelzijn heeft een ontwerp van uitvoeringsbesluit gemaakt om dit centrum op te kunnen richten van zodra de regering de middelen hiervoor vrijmaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER