Fraude bij een op de twaalf medische wetenschappers in Vlaanderen

0
587

Acht procent van de medische onderzoekers in Vlaanderen geeft toe data te verzinnen of te ‘masseren’ om een hypothese te doen kloppen. En bijna de helft ziet zulke frauduleuze praktijken om zich heen gebeuren. Dat blijkt uit een enquête van het wetenschapstijdschrift Eos.

Als een van de oorzaken wijzen de onderzoekers naar de grote publicatiedruk. Vlaamse hoogleraren ondervinden meer publicatiedruk dan hun collega’s aan Nederlandse medische centra.

EOS, april 2013Eos liet eind 2012 een anonieme enquête uitvoeren naar fraude en publicatiedruk bij Vlaamse medische wetenschappers. Van de 315 onderzoekers die de uitgebreide vragenlijst volledig invulden, geven er vier toe in de voorbije drie jaar één of meer keer data te hebben verzonnen (1%), een erg zware vorm van wetenschapsfraude. 23 onderzoekers (7%) bekennen in diezelfde periode data of resultaten selectief te hebben verwijderd om een hypothese te doen kloppen, het zogenoemde ‘data masseren’. Samen heeft ongeveer een op de twaalf zich recent aan verzinnen of masseren schuldig gemaakt.

Vlaamse medische onderzoekers zien fraude opvallend vaak rond zich. Bijna de helft heeft vastgesteld dat een collega recent data heeft verzonnen of gemasseerd. Dit kan erop wijzen dat er in bepaalde labs een cultuur bestaat waar die wanpraktijken gangbaar zijn.

Eos peilde ook naar verschillende praktijken in de grijze zone, zogenoemde slodderwetenschap. Zo laat 26% van de respondenten data of observaties weg omdat ze volgens hun intuïtie niet juist zijn, ziet 20% andermans gebrekkige data door de vingers, en voegt 69% van de ondervraagden co-auteurs toe die geen bijdrage hebben geleverd aan het onderzoek.

Hogere druk dan in Nederland
Wetenschappers wijzen naar de grote publicatiedruk als een van de oorzaken voor wanpraktijken. Onderzoekers worden op hun ‘output’ van publicaties afgerekend bij het aanvragen van fondsen en bij benoemingen aan de universiteit.

66% van de Vlaamse medische hoogleraren vindt de publicatiedruk te groot. Dat is hoger dan bleek uit de identieke peiling die onderzoeker Joeri Tijdink (VUmc Amsterdam) eind 2011 uitvoerde onder Nederlands hoogleraren (54%).

Uit de antwoorden van de hoogleraren spreekt ook opvallend veel scepsis. 58% denkt dat publicatiedruk sommige collega’s ertoe aanzet data (on)opzettelijk te manipuleren (tegenover 33% bij Nederlandse medische hoogleraren). De druk doet hen ook de waarde van wetenschap in vraag stellen. 57% vindt dat publicatiedruk wereldwijd tot ernstige twijfel leidt over de geldigheid van studieresultaten (Nederland: 38%). En 46% vindt dat publicatiedruk wetenschap ronduit ‘ziek’ maakt (Nederland: 25%).

“Vlaamse medische hoogleraren ondervinden een grotere publicatiedruk dan hun collega’s in Nederland, en kijken cynischer naar de wetenschapscultuur”, zegt Joeri Tijdink. “Misschien spelen schaarsere wetenschapsbudgetten een rol. In Nederland is er meer stimulering van wetenschap en een hoger budget. Daardoor kunnen hoogleraren zich beter focussen op wetenschap en hebben ze minder publicatiedruk.”

Kwaliteit
Wetenschappers doen in de enquête ook voorstellen om datafraude tegen te gaan. Zo willen de meesten dat ze minder op aantal publicaties en citaties worden beoordeeld, maar meer op kwaliteit en langetermijnwaarde van onderzoek. De respondenten pleiten ook voor meer ‘open’ onderzoek, waarbij ruwe data worden gedeeld, en voor meer lessen deontologie bij onderzoekers. Ook zou peer review – het beoordelen van andermans manuscript voor publicatie in een vaktijdschrift – opgewaardeerd moeten worden, zodat reviewers grondiger nalezen.

De Eos-enquête
We kozen voor de medische wetenschap omdat ze een grote impact heeft op ons welzijn. De vragenlijst bevatte een reeks van 14 stellingen die de ervaren publicatiedruk meet (op een Likert-schaal van 1 tot 5), en een vragenlijst die peilt naar recente fraude en andere twijfelachtige praktijken bij de wetenschapper zelf en in zijn directe omgeving. De vragen waren gebaseerd op eerder uitgevoerde enquêtes in de wetenschappelijke literatuur. We kregen van de 2.548 gemailde medische wetenschappers 484 beantwoorde vragenlijsten binnen (19%), waarvan er 315 (12%) volledig ingevuld waren.

De enquête werd via de universiteiten verstuurd (wat het gevoel van anonimiteit mogelijk verminderde). 55,6% van de respondenten was verbonden aan een universitair ziekenhuis. Bijna evenveel mannen (54%) als vrouwen (46%) namen deel. We bevroegen alle geledingen van onderzoekers: assistenten in opleiding (3%, aantal: 9), promovendi (21%, aantal: 66), doctors/post-docs (45%, 141) en hoogleraren (31%, 99). 32,1% van de onderzoekers was van KU Leuven, bijna evenveel waren van UGent (30,5%), Universiteit Antwerpen was goed voor 19,7%, Vrije Universiteit Brussel voor 7,6% en UHasselt voor 4,1%.

Van dit onderzoek is een wetenschappelijke publicatie in voorbereiding, in samenwerking met drs. Joeri Tijdink (VUmc Amsterdam). De Eos-artikelen kwam tot stand in samenwerking met Fonds Pascal Decroos voor onderzoeksjournalistiek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER