Kunnen gedragsstoornissen voorkomen worden?

Uit internationaal onderzoek blijkt dat zo’n 2% van de kinderen en 3 à 9% van de jongeren aan gedragsstoornissen lijdt. Maar wat zijn nu de factoren die een rol spelen in de ontwikkeling van gedragsstoornissen en hoe kunnen deze stoornissen behandeld en voorkomen worden?

Aangezien steeds meer ouders bij de opvoeding van hun kinderen geconfronteerd worden met deze problematiek, vond de Hoge Gezondheidsraad (HGR) het nuttig om in een advies een antwoord te bieden op deze vragen.

In de internationale classificaties worden gedragsstoornissen beschreven als een “zich herhalend en aanhoudend gedragspatroon waarbij de fundamentele rechten van anderen of belangrijke bij de leeftijd passende maatschappelijke normen of regels worden overtreden”. Deze stoornissen zijn vaak de uiterlijk zichtbare tekenen van veel minder zichtbare onderliggende problemen. Aan de grondslag van die problemen kunnen zowel biologische (genetische, hormonale,…), psychologische (zelfbeeld,…) als omgevingsfactoren (straatcultuur,…) liggen.

De HGR geeft in zijn advies een gedetailleerde beschrijving van al deze factoren en besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de gezins- en schoolomgeving, omdat precies in die context de gedragsstoornissen zich het vaakst manifesteren.

Daarnaast geeft de HGR een reeks maatregelen voor de preventie van en interventie bij gedragsstoornissen. Hierbij benadrukt de Raad dat de preventie op een zo vroeg mogelijke leeftijd moet gebeuren. Dit kan door reeds tijdens de prilste kinderjaren aandacht te besteden aan het welzijn van het kind en zijn familie en door kinderen en jongeren die het risico lopen op de ontwikkeling van gedragsstoornissen nauwlettend op te volgen. De school speelt hierin een primordiale rol. Door kinderen al vanaf de leeftijd van 2 ½ tot 3 jaar naar school te laten gaan, kunnen moeilijkheden vroeg opgemerkt worden en problemen op school voorkomen.

Een andere belangrijke suggestie van de HGR is het versterken van het hulpaanbod van de eerste lijn zodat de drempel voor het vragen van hulp voor iedereen zo laag mogelijk is. Indien nodig kan er vervolgens een beroep gedaan worden op meer gespecialiseerde hulp (tweedelijnszorg). Residentiële behandelingen (vb. plaatsing van een kind) mogen pas gebruikt worden wanneer alle andere mogelijkheden uitgeput zijn.

De HGR besluit dat de problematiek van de gedragsstoornissen een hele reeks factoren omvat en dat de te ondernemen acties behoren tot zeer uiteenlopende domeinen (volksgezondheid, justitie, onderwijs, enz.). Daarom is het volgens de Raad essentieel dat de overheidsinstanties onderling overleg plegen en gaan samenwerken om deze problematiek beter het hoofd te kunnen bieden.

Dit onderwerp komt tevens aan bod op de jaarvergadering van de HGR, die dit jaar in het teken staat van “Welzijn” en zal doorgaan op 11/5.

LAAT EEN REACTIE ACHTER