Sneltests voor malaria kunnen beter

0
653

Sneltests voor malaria zijn eenvoudig, betrouwbaar en robuust. Toch gebeuren er nog fouten mee, door verkeerd gebruik of doordat ze niet echt goed ontworpen zijn voor gebruik in primitieve omstandigheden.

Onderzoeker Philippe Gillet deed uitgebreide tests en kwam met een reeks suggesties voor verbetering. Het leverde hem een doctoraat op aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de Universiteit Maastricht.

Malaria wordt veroorzaakt door een Plasmodium-parasiet die rode bloedcellen infecteert. Mensen kunnen door vijf soorten van het geslacht Plasmodium getroffen worden, maar meestal gaat het om Plasmodium falciparum. De parasieten worden van mens op mens overgebracht door bloedzuigende muggen. Wereldwijd lijden zo’n 225 miljoen mensen aan malaria, wat jaarlijks tot 780 000 doden leidt. Deze cijfers maken van malaria wereldwijd doodsoorzaak nummer één. Waar tot voor kort heel vaak behandeld werd op klinisch vermoeden alleen, raadt de Wereldgezondheidsorganisatie sinds enkele jaren aan om de behandeling alleen te starten wanneer de diagnose door laboratoriumonderzoek bevestigd is.

Daarvoor is een microscopisch onderzoek van bloed nodig, en dat vergt materiaal, tijd en experts. Daarom doet men vaak in de tropen een sneltest, een strip waar je een druppeltje bloed op aanbrengt en waarop dan een of meerdere gekleurde lijntjes verschijnen, een beetje zoals bij een zwangerschapstest. Een grote hulp te velde, maar ook weer geen wondermiddel.

De bestaande tests blijken bijvoorbeeld onvoldoende krachtig om altijd het verschil te zien tussen P. falciparum en P. vivax, een malariaverwekker die vooral in de subtropen voorkomt (ook al suggereert hun etiket en zelfs hun naam van wel). Ze reageren ook niet allemaal even goed op hoge concentraties aan ziekteverwekkers – die overbelasting leidt vreemd genoeg tot een negatief resultaat of een heel zwak gekleurd lijntje, dat door onervaren gebruikers wel eens afgelezen wordt als “geen malaria”.

En niet alleen door onervaren gebruikers. Meer mensen dan we denken hebben eigenlijk een leesbril nodig, zeker in de tropen, waar ouderdomsverziendheid op vroegere leeftijd begint dan bij ons. Als zo iemand tests moet aflezen waarbij tot een derde van de lijntjes zwak zichtbaar zijn…

Mensen te velde vervangen de vloeistof van de sneltest (de buffer, in het jargon) wel eens door gewoon water, of door de buffer van een andere testkit. Omdat het flesje leeg is, of verloren gegaan, of verwisseld geraakt. Gillet ontdekte dat de test dan malaria ziet waar er geen is.

De tests zijn ook niet echt geschikt om te zien of een behandeling aanslaat. Sommige tests blijven tot weken na de besmetting positief kleuren, ook al is de besmetting intussen onder controle.

Gillet heeft ook heel wat aan te merken op vormgeving en verpakking: bijsluiters in slecht leesbare letters en in veel te ingewikkelde taal, onduidelijke afleesschalen, flesjes zonder etiket, ‘speciaal ontworpen’ dingetjes om de bloeddruppel mee aan te brengen die in de praktijk onhandiger zijn dan een doodgewone pipet. “Allemaal gemakkelijk en goedkoop op te lossen. Het zou al veel schelen als de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Unie hun regels voor erkenning zouden aanscherpen.”

Al moet niet alles op de fabrikanten geschoven worden: toen hij gezondheidswerkers in België, Congo, Cuba en Cambodja testte op hun kennis van de internationale gevaar-symbolen die op de producten voorkwamen, kon nog niet de helft het juiste antwoord geven.

DELEN
Vorig artikelBodyscanners: blijf van mijn lijf?
Volgend artikelDierproeven in België 2010
Het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) is een van de belangrijkste instellingen ter wereld voor onderwijs, onderzoek en dienstverlening in de tropische geneeskunde (met inbegrip van aids) en de internationale gezondheidszorg. Op het ITG in Antwerpen werken vierhonderd wetenschappers en technici. Jaarlijks volgen er een 500-tal artsen, dierenartsen, biomedici en verpleegkundigen uit de hele wereld gevorderde studies. Meer dan honderd jonge internationale onderzoekers werken er aan hun doctoraat. De medische diensten verrichten jaarlijks ongeveer 30 000 consultaties.

LAAT EEN REACTIE ACHTER